Onderscheidend vermogen en voorspellende waarde van de Vineland Screener

De Vineland Screener is onderzocht op het vermogen om onderscheid te maken tussen kinderen met en zonder problemen in de adaptieve ontwikkeling. Om dit te toetsen werden gegevens van de algemene bevolking op de schalen van de Vineland Screener vergeleken met die van een groep met de DSM-classificatie ‘Verstandelijke beperking’.

Onderscheidend vermogen

Het onderscheidend vermogen van de Vineland Screener is onderzocht bij een groep van 361 personen, 64% jongens en 36% meisjes met een gemiddelde leeftijd van 8 jaar en 6 maanden (standaarddeviatie 4 jaar en 1 maand), die ten tijde van het onderzoek in kleinschalige woonvoorzieningen voor personen met een verstandelijke beperking woonden. In de onderstaande tabel worden de gemiddelde scores op de schalen van de Vineland Screener van deze beide groepen met elkaar vergeleken. Daarnaast is de Area Under the Curve (AUC) berekend, die bij ROC-analyses het onderscheidende vermogen weergeeft als een functie van de sensitiviteit (aantal proefpersonen dat terecht als klinisch wordt onderscheiden) en de specificiteit (aantal proefpersonen dat terecht als niet-klinisch wordt onderscheiden).  

De personen in de klinische groep scoren gemiddeld op alle schalen aanzienlijk lager dan de personen in de normgroep. De verklaarde variantie is bij alle schalen minstens 15 procent, wat duidt op (zeer) grote effecten. Ook de AUC-waarden zijn .69 of hoger, wat in de klinische praktijk duidt op een goed tot zeer goed onderscheidend vermogen. Deze bevindingen wijzen erop dat personen met een beperkte adaptieve ontwikkeling op de verschillende domeinen van de Vineland Screener goed te onderscheiden zijn van kinderen met een normale ontwikkeling. 

Voorspellende waarde

De voorspellende waarde van de Vineland Screener is onderzocht door op basis van de scores op de domeinen te voorspellen of kinderen al dan niet tot de groep verstandelijk beperkte personen behoren. Discriminantanalyse is een geschikte techniek om dit te achterhalen. Het criterium wel/geen verstandelijke beperking werd hierbij als onafhankelijke variabele in de analyse opgenomen en de schalen van de Vineland Screener als voorspellende variabelen. De invloed van leeftijd en sekse werd verdisconteerd door deze variabelen eveneens in de analyse op te nemen. Verder werd de onderzoeksgroep aselect ingedeeld in twee groepen, waarbij de eerste groep voor de analyse werd gebruikt en de tweede voor de voorspelling (kruisvalidatie). 

De onderstaande tabel geeft de uitslag van de discriminantanalyse weer. De analyse levert een significante voorspelling op met 64 procent verklaarde variantie, waarbij meer dan 90 procent van de personen in de juiste criteriumgroep worden geplaatst. Het percentage correct positief geclassificeerden (ofwel de sensitiviteit van de predictie) ligt boven de 80%, het percentage correct negatief geclassificeerden (ofwel de specificiteit) is 100%. Deze resultaten wijzen uit dat de Vineland Screener (zeer) goed in staat is om te voorspellen of er bij kinderen sprake is van een verstandelijke beperking.  

Referentie

Scholte, E., van Duijn, G., Dijkxhoorn, Y., Noens, I., & van Berckelaer-Onnes, I. (2014). Vineland-S: Vineland Screener 0-6 jaar [Handleiding]. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.