Casus: is er bij Suzanne sprake van ADHD?

Aandachtsproblemen en zwakke executieve functies kunnen zorgen voor grote moeilijkheden bij kinderen en jongeren, omdat het kan leiden tot slechtere schoolprestaties, sociale en emotionele problemen, en moeite met het doelgericht en effectief uitvoeren van taken. Voor het bepalen van de juiste behandeling of het geven van gericht advies is het belangrijk om de ernst en de aard van de problematiek vast te stellen. In de casus van Suzanne wordt beschreven hoe de IDS-2, de d2 en de Conners-3 ingezet kunnen worden om vast te stellen in hoeverre er sprake is van aandachtstekort en executief disfunctioneren.

Aanmelding schoolpsycholoog

Suzanne is een meisje van acht jaar oud en zit in groep vijf van de basisschool. De groepsleerkracht heeft haar naar de schoolpsycholoog verwezen, omdat zij van mening is dat Suzanne te veel slordigheidsfouten maakt, ongeorganiseerd is en vaak zit te dagdromen. Verder valt het haar op dat Suzanne anderen vaak in de rede valt en niet weet wanneer ze haar mond moet houden. De groepsleerkracht denkt dat Suzanne betere schoolprestaties zou kunnen leveren als bovengenoemde problemen haar op school niet in de weg zouden zitten. De schoolpsycholoog besluit om de cognitieve capaciteiten, executieve functies en schoolse vaardigheden van Suzanne in kaart te brengen met behulp van de IDS-2 Intelligentie- en ontwikkelingsschalen voor kinderen en jongeren. Daarnaast wordt de d2 Aandachts- en concentratietest ingezet om zicht te krijgen op de visuele aandacht, de snelheid van informatieverwerking en het concentratievermogen van Suzanne. Tot slot wordt de Conners-3 Vragenlijst over ADHD en gerelateerde symptomen afgenomen bij de groepsleerkracht en bij de moeder van Suzanne, om zo de gedragsbeoordelingen uit verschillende contexten met elkaar te kunnen vergelijken. Door het inzetten van deze instrumenten kan een inschatting worden gemaakt van hoe pervasief en beperkend de problemen van Suzanne zijn.

IDS-2 Intelligentie- en ontwikkelingsschalen voor kinderen en jongeren

De IDS-2 wordt ingezet om te onderzoeken in hoeverre het executief functioneren van Suzanne afwijkt ten opzicht van haar intelligentieniveau en haar schoolse vaardigheden. Uit de resultaten van het intelligentie-onderdeel van de IDS-2 blijkt dat de cognitieve capaciteiten van Suzanne gemiddeld zijn ten opzichte van haar leeftijdsgenoten: de geschatte IQ-score is 98 met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 88 - 108 (øSS ± Sd = 9,7 ± 2,4). Ook presteert Suzanne gemiddeld op Schoolse vaardigheden, zoals logisch-wiskundig denken, taalvaardigheid, lezen en spelling (øSS ± Sd = 10,3 ± 1,9), wat overeenkomt met haar rapportcijfers. Bij het onderdeel Executieve functies blijkt het scorebereik van de subtests echter veel lager te zijn dan bij het intelligentiegedeelte (øSS ± Sd = 5,8 ± 2,7). Dit is een opvallende discrepantie, wat het vermoeden van de leerkracht zou kunnen bevestigen dat de prestaties van Suzanne beïnvloed worden door bepaalde problemen in het executief functioneren.

d2 Aandachts- en concentratietest

De d2 wordt gebruikt om zicht te krijgen op de verwerkingssnelheid, nauwkeurigheid en het concentratievermogen van Suzanne. Uit de resultaten blijkt dat Suzanne een gemiddelde verwerkingssnelheid heeft, kijkend naar het totaal aantal verwerkte tekens (Tn; T-score = 51). Er blijkt echter sprake te zijn van een lage nauwkeurigheid, wat tot uiting komt in een hoog foutenpercentage (F%; T-score = 32). Bij het maken van de test blijkt Suzanne vooral veel correcte stimuli te hebben gemist (er is sprake van een hoog aantal F1-fouten). Uit het d2-rapport blijkt dat de prestaties van Suzanne op de test gekwalificeerd worden als ‘onoplettend geconcentreerd’ en ‘impulsief’.

Conners-3 Vragenlijst over ADHD en gerelateerde symptomen

Zowel door de groepsleerkracht als door de moeder van Suzanne wordt de Conners-3 ingevuld, om zo de beoordelingen over het gedrag van Suzanne uit verschillende contexten met elkaar te kunnen vergelijken. Bij het bekijken van de resultatenvalt op dat de ouderrapportage en de leerkrachtrapportage een gelijksoortig profiel laten zien, waarbij met name de scores voor de schalen ‘Aandachtstekort en executieve disfuncties’ en ‘Hyperactiviteit en Impulsiviteit’ buiten het gemiddelde bereik vallen. Hierbij valt op dat de scores op beide schalen bij de Leerkrachtrapportage veel hoger zijn (T-score 72) dan bij de Ouderrapportage (T-score 64), wat erop duidt dat de leerkracht het probleemgedrag van Suzanne binnen deze gebieden frequenter waarneemt en/of ernstiger beoordeelt dan de moeder van Suzanne. Verder valt op dat de score op de schaal ‘Boosheid, opstandigheid en agressie’ bij de ouderrapportage wel binnen het gemiddelde bereik valt (T-score = 55), terwijl de score op schaal bij de leerkrachtrapportage bovengemiddeld is (T-score = 63). Het lijkt er dus op dat het gedrag van Suzanne in een schoolse setting problematischer wordt ervaren dan in de thuissituatie. Bij beide informantenversies vallen alle overige schaalscores in het normale gebied (T-scores liggen tussen de 50 en 59).

Conclusie

De combinatie van de resultaten op de IDS-2, de d2 en de Conners-3 wijzen erop dat Suzanne bovengemiddeld veel problemen ondervindt met aandacht en executief functioneren in vergelijking met leeftijdsgenoten. Dit komt tot uiting in het gedrag van Suzanne op school en thuis, waardoor er voldoende aanwijzingen zijn om de diagnose ‘ADHD gecombineerd beeld’ te overwegen. De schoolpsycholoog is van mening dat Suzannes onoplettendheid het leren in de weg staat, omdat ze belangrijke informatie in de klas mist. Ook bestaat er het vermoeden dat de huidige schoolcijfers van Suzanne geen goed beeld geven van haar werkelijke competenties. Zonder behandeling zal Suzanne steeds meer problemen gaan ervaren op school, omdat ze belangrijke basiskennis mist. Ook haar hyperactiviteit en impulsiviteit hebben een nadelige invloed op haar schoolprestaties. Suzanne mist vaak aanwijzingen van de leerkracht en onderbreekt de instructies vaak. Eén van de behandeldoelen die wordt opgesteld is dat Suzanne in de klas leert wachten met vragen totdat de leerkracht is uitgesproken. De schoolpsycholoog stelt een behandelplan op met concrete doelen waar met name op school concreet aan gewerkt kan worden. Er wordt een samenvatting gemaakt van de belangrijkste doelen en wanneer welke subdoelen bereikt zouden moeten worden, zodat Suzannes ouders en leerkracht precies weten welke vaardigheden en strategieën zij Suzanne moeten aanleren, versterken en evalueren.