Cross-cultureel onderzoek met de SON

In 1943 is op Nederlandse bodem de allereerste versie van de inmiddels internationaal bekende Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest (SON) ontwikkeld. Waar het instrument oorspronkelijk in het leven is geroepen om een beeld te kunnen vormen van de niet-verbale intelligentie van dove kinderen, behoren de verschillende versies van de SON-R ook tot de standaard uitrusting van professionals die een indicatie willen van de niet-verbale intelligentie van anderstalige kinderen en volwassenen. Al geruime tijd en verspreid over de hele wereld wordt de SON ingezet met dit gebruiksdoel voor ogen. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de rol die cultuur hierbij speelt, hebben Jaap Laros en Peter Tellegen in 2001 al een artikel geschreven over cross-cultureel gebruik van de tests met de indertijd nieuwste versies: de SON-R 2,5-7 en de SON-R 5,5-17.

Waarop letten bij de SON-R?

Volgens Laros en Tellegen heeft het aanpassen van een niet-verbale intelligentietest voor cross-cultureel gebruik, ten opzichte van een traditionele intelligentietest, het voordeel dat er vaak geen vertaling van geschreven of gesproken taal nodig is. Psychometrische eigenschappen kunnen echter wel degelijk verschillen, afhankelijk van waar op de wereld een test wordt gebruikt. Culturele bias – een afwijking van de werkelijkheid vanwege invloeden gerelateerd aan cultuur – kan volgens Laros en Tellegen op verschillende manieren in een test voorkomen. Om cross-cultureel gebruik van een psychologische test te faciliteren, kan het helpen om een test zo ‘cultuurvrij’ mogelijk te maken. Laros en Tellegen rapporteren verschillende visies op hoe dit bereikt zou kunnen worden. Volgens Jensen (1980), zou een culture-reduced test allereerst prestatie moeten meten. Ook moeten instructies in gebaren worden gegeven om de invloed van taal te minimaliseren. Daarnaast moeten oefenitems worden aangeboden, zou prestatie niet afhankelijk moeten zijn van tijdsdruk en kan er beter een beroep worden gedaan op abstract redeneren dan op feitelijke (geleerde) informatie. Tot slot moeten vraagstukken zo zijn ontworpen dat respondenten niet kunnen gokken wat het antwoord is, omdat zij vergelijkbare vraagstukken al eerder voorgelegd hebben gekregen.

De SON-R 2,5-7 en de SON-R 5,5-17 voldoen grotendeels aan de door Jensen gestelde ‘kwaliteitseisen’. Dat deze versies van de SON-R in mindere mate beïnvloed worden door cultuur, onderschrijven Laros en Tellegen met hun onderzoek uit 1991. Hieruit blijkt dat kinderen waarvan de moedertaal oorspronkelijk geen Nederlands is (maar met name Marokkaans, Turks, Surinaams of Antilliaans), beter presteren op de SON-R dan op intelligentietests waarbij een beroep wordt gedaan op de Nederlandse taalvaardigheid. Taal heeft hier, bij de SON-R, niet de invloed die het in traditionele intelligentietests voor bepaalde populaties heeft. Verder wezen de resultaten van hun onderzoek uit dat er geen relatie leek te zijn tussen de duur van verblijf in Nederland, en de door kinderen behaalde IQ-score op de SON-R. Het minst ‘cultuurvrij’ bleken onderdelen waar gebruik werd gemaakt van plaatjes waaraan betekenis moest worden ontleend, tegenover ruimtelijke en abstracte figuren.

Naast onderzoek tussen verschillende culturen binnen Nederland, beschrijven Laros en Tellegen ook studies naar de validiteit van de SON-R 2,5-7 en de SON-R 5,5-17 in andere landen. Meer weten?