Heeft Ina nog recht op speciale regelingen voor haar lees- en spellingstoornis?
Ina werd in groep 5 en groep 8 op een lees- en spellingstoornis getest. In groep 5 werd een stoornis vastgesteld en in groep 8 werd deze bevestigd. Ina zit nu in de 3e klas van het gymnasium. Vanwege haar lees- en spellingstoornis heeft Ina recht op speciale maatregelen, zoals extra tijd bij toetsen. Of deze maatregelen nog nodig zijn moet volgens de voorschriften van de school regelmatig geëvalueerd worden.
Ina woont samen met haar ouders en drie broers en zussen. Er zijn geen aanwijzingen voor een familiaire lees- en spellingstoornis. Ina lijkt een sociaal vaardige, verantwoordelijke jonge vrouw die op school hard werkt. Vanwege de vastgestelde lees- en spellingstoornis heeft Ina recht op specifieke ondersteuningsmaatregelen. Volgens haarzelf zijn haar lees- en spellingprestaties verbeterd, maar haalt ze het niveau van haar medescholieren nog niet.
IDS-2 testafname
Voor de huidige test zijn van de IDS-2 het onderdeel Intelligentie en de subtests 27 Lezen en 28 Spelling gebruikt. Ook werd naar haar werkhouding gekeken. Ina voelde zich tijdens het testen goed. Verder moet worden opgemerkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een verminderd gezichtsvermogen of een slecht gehoor. De medewerking van Ina tijdens de testsituatie was geëngageerd en geïnteresseerd en wordt op basis van de vragenlijst van de testleider als uitstekend geclassificeerd. Bovendien was duidelijk dat prestaties waarmee Ina zelf niet tevreden was, haar er niet van weerhielden met grote voortvarendheid met de volgende opgaven aan de slag te gaan.
IDS-2 resultaten
Haar intelligentie was al in groep 5 en groep 8 ingeschat. In beide gevallen behaalde Ina een gemiddeld resultaat. Aangezien intelligentie als een relatief stabiel construct wordt beschouwd, wordt de intelligentie nu ingeschat met behulp van IQ verkort ( subtests 1 tot en met 7). De resultaten zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Over het geheel genomen laat Ina gemiddelde intellectuele capaciteiten zien (IQ verkort = 108; 95%-betrouwbaarheidsinterval = 101-115). De subtest 2 Verhaal navertellen is wegens tijdgebrek niet afgenomen. Het IQ is daarom geschat op basis van zes subtests.
Haar intelligentieprofiel is onevenwichtig. Ina laat gemiddelde prestaties zien bij de volgende subtests:
• 1 Figuren naleggen (vaardigheid tot het opnemen, analyseren, opslaan en ophalen van visuele prikkels);
• 3 Twee kenmerken doorstrepen (vaardigheid tot automatische, vloeiende uitvoering van cognitieve opgaven en aandacht);
• 6 Matrix redeneren (fluïde en non-verbale vaardigheden alsook abstract, logisch en deductief redeneren);
• 7 Categorieën noemen (verkrijgen en toepassen van verbale kennis).
Ina laat een interindividuele en een intra-individuele sterke kant zien bij de subtest 5 Figuren herkennen (vaardigheid tot het kortstondig opslaan en het ophalen van ruimtelijk-visuele informatie). Op dit vlak behaalt ze een hoge score. Een interindividuele en intra-individuele zwakte blijkt uit de subtest 4 Cijfer- en letterreeksen nazeggen (vaardigheid tot het kortstondig opslaan en het ophalen van verbale informatie); op dit vlak behaalt Ina een benedengemiddelde prestatie.
Ina heeft de bij haar leeftijd passende opdrachten van de IDS-2 subtests 27 Lezen en 28 Spelling uitgevoerd. Lezen wordt getest met behulp van de opgaven Woorden lezen, Pseudowoorden lezen, Teksten lezen en Teksten begrijpen. Spelling omvat een woorddictee. De testresultaten zijn weergegeven in de figuur hieronder.
Over het geheel genomen laat Ina een leesprestatie in het benedengemiddelde bereik zien. Voor de onderdelen Woorden lezen (automatische, directe woordherkenning), Teksten lezen en Teksten begrijpen (teksten 3 en 4) behaalt Ina een benedengemiddelde of lage prestatie. Alleen voor de opgave Pseudowoorden lezen (synthetisch lezen) is haar prestatie gemiddeld. Verder blijkt dat Ina in beide teksten vergeleken met leeftijdgenoten veel fouten maakt. Voor 28 Spelling is de prestatie van Ina erg laag. Haar werkhouding is gemiddeld.
Conclusies
Ina laat een lees-spellingprestatie zien die duidelijk onder haar intellectuele vaardigheden en daarmee in het bereik van een lees- en spellingstoornis ligt. Verder is het ruimtelijk-visuele kortetermijngeheugen een duidelijke sterke en het auditieve kortetermijngeheugen een duidelijke zwakte kant van Ina. Het is voor Ina geen probleem om ruimtelijk-visuele informatie in het kortetermijngeheugen en het werkgeheugen op te slaan en weer te geven. Daarentegen is Ina’s vaardigheid tot het opslaan in en ophalen uit het fonologische kortetermijngeheugen en werkgeheugen vergeleken met haar leeftijdgenoten duidelijk benedengemiddeld. Juist het auditieve kortetermijngeheugen vormt een belangrijke basis voor het verwerven van lees- en schrijfvaardigheid. Daarom is het denkbaar dat Ina’s problemen in het auditieve kortetermijngeheugen een rol spelen bij de lees- en spellingstoornis. Het kan zijn dat het bovengemiddeld grote aantal leesfouten en de lange leestijd met de beperkte capaciteit van het auditieve kortetermijngeheugen en werkgeheugen samenhangen. Mogelijk moet Ina de uitspraak van woorden van een letterreeks in gesproken taal omzetten. In vergelijking met de meeste leeftijdgenoten heeft ze hiervoor capaciteit nodig die het auditieve kortetermijngeheugen en werkgeheugen slechts in beperkte mate ter beschikking stelt. Ook is de directe woordherkenning niet erg sterk ontwikkeld. Bij veel woorden herkent Ina fonetisch in het geheugen opgeslagen informatie mogelijk niet automatisch, maar moet ze letterreeksen tot woorden combineren (synthetisch lezen). De problemen bij het begrijpen van teksten kunnen een gevolg zijn onderontwikkelde directe woordherkenning.
Ina heeft ondanks buitengewoon goede capaciteiten van het ruimtelijk-visuele kortetermijngeheugen en werkgeheugen, mogelijk een groot deel van het kortetermijngeheugen en het werkgeheugen en van de visuele analysecapaciteit voor het lezen nodig. De capaciteit voor de toegang tot het semantische lexicon is dan ook minimaal. Tot slot kunnen Ina’s slechte prestaties op het gebied van spelling eveneens met de geringe capaciteiten van het auditieve kortetermijngeheugen en werkgeheugen verband houden. Ina slaat de gelezen woorden mogelijk spreekgetrouw (fonologisch), maar niet schrijfgetrouw op, dat wil zeggen niet volgens de conventies van de Nederlandse orthografie.
Aanbevelingen
Ina heeft een persisterende lees- en spellingstoornis, die voor het eerst in groep 5 werd gediagnosticeerd, in groep 8 werd bevestigd en met de IDS-2 opnieuw werd geïdentificeerd. Aanbevolen wordt dat de extra tijd voor toetsen met tekstopgaven wordt gehandhaafd. Ina moet bij toetsen met veel tekst meer tijd krijgen dan de andere leerlingen in de klas. Verder moet Ina bij schriftelijk geformuleerde opgaven de mogelijkheid hebben om de docent vragen te stellen over de tekst. Ook wordt aanbevolen dat bij de beoordeling van de spelling van tevoren regels worden afgesproken.