Wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness-based interventies

“Bewust aandacht geven aan het huidige moment, zonder hierover te oordelen”, zo wordt mindfulness wel gedefinieerd. Door de oorsprong in het Boeddhisme en het nauwe verband met meditatie, heeft mindfulness voor sommigen nog altijd een zweverig imago. Desondanks wordt het in meerdere therapievormen ingezet en vindt er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar plaats.

De geschiedenis van op mindfulness-based interventies

De op mindfulness gebaseerde therapieën zijn begonnen bij stressreductie-trainingen die in de jaren zeventig opkwamen. Waar deze trainingen oorspronkelijk gericht waren op mensen met chronische pijn, werden ze al snel ook ingezet bij mensen met stress en burn-outklachten. Verdere klinische toepassingen van mindfulness kwamen op sinds 2002, toen de mindfulness-based cognitieve therapie opkwam. In eerste instantie was deze therapievorm gericht op depressie, maar inmiddels wordt het ook ingezet bij angstklachten, verslaving en andere psychische problematiek.

Naar de effectiviteit van interventies die op mindfulness gebaseerd zijn, wordt wereldwijd veel onderzoek gedaan. Mogelijk komt die grote aandacht binnen de wetenschap juist voort uit de associatie van mindfulness met spiritualiteit en ‘zweverigheid’. Maar ook de vele succesverhalen van een zo op het oog simpele aanpak maken dat er behoefte is aan wetenschappelijke onderbouwing.

Consistente onderbouwing voor effectiviteit bij depressie, pijnklachten, roken en andere verslavingen

De effectiviteit van op mindfulness-based interventies

In een zeer grote meta-analyse2 uit 2018 bekeken onderzoekers de uitkomsten van 142 onderzoeken bij in totaal ruim 12.000 volwassenen. Hierin werd gekeken naar de effectiviteit van mindfulness-based interventies bij klinische groepen met een verscheidenheid aan stoornissen. Om goed te kunnen vergelijken, werden de vergeleken groepen in vijf categorieën ingedeeld: geen behandeling, minimale behandeling, aspecifieke behandeling (actieve behandeling zonder duidelijk doel of theorie), specifieke behandeling (actieve behandeling met therapeutische insteek en structuur), en evidence-based behandeling (zoals CGT).

Na de behandeling bleek het effect van mindfulness-based interventies even groot als van de evidence-based behandelingen en groter dan in de andere vier categorieën. De meest consistente onderbouwing werd gevonden voor de effectiviteit van mindfulness bij depressie, pijnklachten, roken en andere verslavingen. Bij al die behandelingen was de effectiviteit van mindfulness-based interventies veelbelovend.

De onderzoekers voegen toe dat dit niet hoeft te betekenen dat mindfulness niet werkt bij andere stoornissen en problemen. Stoornissen waar minder onderzoek naar is, hadden daarmee minder kans om in deze meta-analyse aan bod te komen. Ook was er niet voldoende informatie over individuele eigenschappen (bijvoorbeeld de persoonlijkheid) van de deelnemers aan de verschillende onderzoeken. Nieuw onderzoek moet uitwijzen welke individuele verschillen zorgen dat iemand juist meer baat heeft bij mindfulness of bij een andere, evidence-based behandeling. Dat zou de keuze voor de behandelaar een stuk eenvoudiger maken.

Literatuur

1: Jon Kabat-Zinn, Full catastrophe living. Dell Publishing (1991), pp. 467.
2: Goldberg, S.B., Tucker, R.P., Greene, P.A., Davidson, R.J., Wampold, B.E., Kearney, D.J., & Simpson, T.L. (2018). Mindfulness-based interventions for psychiatric disorders: A systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review, 59, 52-60.