Transdiagnostisch, wat is dat?

Transdiagnostische factoren, transdiagnostisch werken, transdiagnostisch behandelen. De laatste tijd zijn deze termen steeds vaker te horen. Volgens sommigen betreft het een vernieuwing die de GGZ een bestendig toekomstperspectief kan bieden. Klinkt goed, maar wat is transdiagnostisch?

Wat is transdiagnostisch?

Al meer dan 30 jaar wordt de GGZ gedomineerd door een zogenaamde stoornisspecieke benadering. Mede door toedoen van de DSM wordt er vooral in specifieke stoornissen en diagnosen gedacht. Intussen zijn er meer dan 300 te classificeren psychische stoornissen en bijna evenzoveel behandelprotocollen (Braet, C. & Bögels, S., 2020).

De laatste tijd zien we echter een ontwikkeling waarin niet zozeer een specifieke diagnose, maar meer de onderliggende symptomen als uitgangspunt worden genomen. Deze ontwikkeling wordt onder andere ingegeven door het feit dat diverse stoornissen overeenkomstige symptomen vertonen of tegelijkertijd voorkomen. Angstgevoelens en slaapproblemen komen bijvoorbeeld zowel bij depressie, psychotische stoornissen als angststoornissen voor.

Hierdoor is de gedachte ontstaan dat er achter verschillende stoornissen een aantal gemeenschappelijke psychopathologische processen of factoren schuil gaan. Omdat fenomenen als een negatief zelfbeeld of piekeren niet gebonden zijn aan één specifieke stoornis, maar een rol spelen bij verschillende psychiatrische aandoeningen worden dit ook wel transdiagnostische factoren genoemd (Heycop ten Ham, B.F. van, Hulsbergen, M.L. & Bohlmeijer, E.T., 2014).

Transdiagnostische factoren verwijzen echter niet alleen naar gelijke symptomen, zij kunnen ook betrekking hebben op gedragingen, copingsstrategieën of behandelinterventies. Heycop ten Ham, De Vos en Hulsbergen (2017) onderscheiden de volgende transdiagnostische factoren:

  • gelijke symptomen bij verschillende stoornissen (zoals angstgevoelens en slaapproblemen bij depressie, psychotische stoornissen en angststoornissen);
  • gelijke gedragingen bij verschillende stoornissen (zoals verslavingsgedrag, vermijdingsgedrag en dwangmatige handelingen);
  • gelijke copingstrategieën bij verschillende stoornissen (zoals piekeren en experiëntiële vermijding);
  • gelijke psychologische factoren (zoals de aanwezigheid van een negatief zelfbeeld, aandacht- en geheugenproblemen, perfectionisme en motivationele problemen);
  • onderliggende overeenkomstige neurobiologische factoren (zoals een verminderd functioneren van de prefrontale cortex bij angststoornissen, depressie en psychotische stoornissen, of een verhoogde activiteit van de amygdala bij angststoornissen en depressie);
  • gelijke behandelinterventies die aanslaan bij verschillende stoornissen (zoals een SSRI bij angststoornissen en depressieve stoornis, exposure bij verschillende angststoornissen en mindfulness bij angststoornissen, verslaving, depressie en psychotische stoornissen);
  • universele beschermende factoren (zoals mentale veerkracht).

Transdiagnostisch denken past in de trend waarin ervanuit wordt gegaan dat stoornissen eerder dimensioneel van aard zijn dan categoraal. Het voordeel is dat het tot minder zwart-wit-denken leidt, meer flexibiliteit kan bieden en tot meer aandacht voor het specifieke individu. Ook kan vanuit een transdiagnostisch perspectief gelijktijdige of opvolgende comorbiditeit verklaard worden. Bovendien kan het zoeken naar gemeenschappelijke factoren bij stoornissen en behandelingen het inzicht in het ontstaan en voortduren van psychische stoornissen verhelderen en de effectiviteit van bestaande behandelingen vergroten (McHugh, Murray & Barlow, 2009).

Tegelijkertijd staat transdiagnostisch werken nog in de kinderschoenen en is er tot op heden nog weinig onderzoek naar gedaan. Zeker in tegenstelling tot de robuuste evidentie van veel stoornisspecifieke behandelmethoden. En het idee is misschien ook wel minder nieuw dan soms wordt gesuggereerd: binnen psychoanalytische en psychotherapeutische benaderingen worden immers al lange tijd ongeacht de stoornis vergelijkbare psychopathologieën verondersteld.

Desondanks lijkt het transdiagnostische perspectief een intrigerende aanvulling te bieden op de al te strakke op diagnoses en labels gebaseerde behandelingen van de afgelopen jaren.

Literatuur en verder lezen

Braet, C. & Bögels, S. (2020). Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten met psychische klachten (3de, geheel herziene druk). Amsterdam: Boom.

Heycop ten Ham, B.F. van, Hulsbergen, M.L. & Bohlmeijer, E.T. (2014). Transdiagnostische factoren: Theorie en praktijk. Amsterdam: Boom.

Heycop ten Ham, B.F. van, Vos, B. de & Hulsbergen, M. (2017). Praktijkboek gedrag- therapie. Handboek voor cognitief gedragstherapeutisch werkers I. Amsterdam: Boom.

McHugh, R.K., Murray, H.W. & Barlow, D.H. (2009). Balancing fidelity and adaptation in the dissemination of empirically-supported treatments: the promise of transdiagnostic interventions. Behaviour Research and Therapy, 47(11), 946-953.

Grob, A., & Horowitz, D. (2015). Feel-E Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. Amsterdam Hogrefe Uitgevers.

Grob, A. & Smolenski, C. (2013). FEEL-KJ Vragenlijst over emotieregulatie bij kinderen en jongeren. Amsterdam Hogrefe Uitgevers.

Leahy, R., Tirch, D.,& Napolitano, L. (2012). Emotieregulatie: een praktische gids voor professionals. Amsterdam Hogrefe Uitgevers.

Southam-Gerow, M.A. (2014). Emotieregulatie bij kinderen en adolescenten. Amsterdam Hogrefe Uitgevers.