Psychomotoriek: de basis voor een gezonde ontwikkeling

Grof-, fijn- en visuomotorische vaardigheden zijn voor kinderen in het dagelijks leven onmisbaar om goed te kunnen functioneren en om aan de verwachtingen van de omgeving te voldoen. Kinderen moeten kunnen fietsen, voetballen met hun vriend(innet)jes, hun naam schrijven, knutselwerkjes maken en nog veel meer. Moeilijkheden met deze ogenschijnlijk eenvoudige taken kunnen nadelige gevolgen hebben voor participatie in fysieke activiteiten, het algemene leervermogen, zelfvertrouwen, deelname aan sociale interacties en aanvaarding door leeftijdgenoten. Motorische ontwikkelingsachterstanden dienen daarom tijdig in kaart te worden gebracht.

Psychomotorische vaardigheden: grove, fijne en visuomotoriek
Psychomotorische vaardigheden zijn sensorische, perceptieve, cognitieve en motivationele processen die de basis vormen voor houding en beweging. Deze competenties kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: grove motoriek, fijne motoriek en visuomotoriek. Tot de grove motoriek horen alle bewegingen waarvoor het hele lichaam nodig is en waarbij grote spiergroepen betrokken zijn. Het gaat dan met name om bewegingen van de lichaamsdelen armen, benen en hoofd alsook de wervelkolom. De fijne motoriek vergt de inzet van handen en vingers. Het omvat de doelmatige en gecoördineerde beweging die in handvaardigheid tot uitdrukking komt. Bij de visuomotoriek gaat het om het samenspel van visuele waarneming en fijnmotorische vaardigheden.

Een duidelijke scheiding van grove, fijne en visuomotorische bewegingen is meestal niet mogelijk. Zo zijn voor de grofmotorische vaardigheid van het vangen en gooien van een bal ook fijnmotorische vingerbehendigheid en cognitieve processen zoals visuele waarneming nodig. Fijnmotorische taken vergen op hun beurt vaak een hoge mate van precisie en een goede oog-handcoördinatie. Ook het handschrift is nauw verbonden aan zowel fijne motoriek als visuomotoriek. Het gebrek aan fijnmotorische controle gaat samen met schrijffouten en onjuiste lettergroottes. Kinderen die moeilijkheden hebben om hun vinger- en handbewegingen te sturen, kunnen ook de pen niet adequaat vasthouden. Dit kan leiden tot te langzaam en onregelmatig of juist te snel en wild schrijven.

Gevolgen van motorische ontwikkelingsachterstanden
Zowel in de kindertijd als in het volwassen leven spelen motorische vaardigheden een grote rol bij het beginnen met (en onderhouden van) fysieke activiteiten. Mensen die weinig bewegen zijn minder fit en hebben een verhoogd risico op zwaarlijvigheid en andere chronische ziektes (bijv. cardiovasculaire aandoeningen). Bovendien gaat de motoriek en bewegingscoördinatie achteruit bij mensen die weinig bewegen, waardoor zij vervolgens nog minder geneigd zijn tot lichaamsbeweging. Ook de maatschappelijke veranderingen die plaatsvinden door modernisering en technologische vooruitgang zorgen voor een steeds bewegingsarmer dagelijks leven. Hierdoor is er sprake van een duidelijke toename ontstaan in overgewicht en motoriekproblemen bij kinderen.

Ook voor het psychisch welzijn van kinderen kunnen motorische ontwikkelingsachterstanden grote gevolgen hebben. Zo blijken kinderen met coördinatie-ontwikkelingsproblemen vaker slachtoffer te worden van pesten dan kinderen met sterkere motorische vaardigheden. Daarnaast neigen kinderen met motorische problemen ernaar om sportieve en speelse situaties -waarin motorische vaardigheden nodig zijn- te mijden. Dit leidt er toe dat deze kinderen talrijke mogelijkheden mislopen om fysieke en sociale vaardigheden te ontwikkelen. Kinderen met geringere motorische vaardigheden worden dan ook beschreven als passiever en meer sociaal geïsoleerd dan hun leeftijdsgenoten. Tot slot blijken coördinatie-ontwikkelingsproblemen samen te gaan met een lager gevoel van eigenwaarde, hogere mate van angst en meer somatische problemen.

Referentie

Ruiter, S., Timmerman, M. & Visser, L. (2018). IDS-2: Intelligentie- en ontwikkelingsschalen voor kinderen en jongeren [Scoring en interpretatie]. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.