Effectonderzoek naar ondersteunende communicatie

In de Nederlandse en Vlaamse klinische praktijk wordt veel gebruik gemaakt van de ComVoor-2 om een indicatie te stellen voor ondersteunende communicatie. Om evidentie te vinden voor deze manier van werken, zijn herhaalde single case designs uitgevoerd. Hieronder een verkorte weergave van dit onderzoek, afkomstig uit de ComVoor-2 handleiding (Verpoorten, Noens, Maljaars & van Berckelaer-Onnes, 2016, p37-38).

Een single case design houdt in dat er bij één persoon herhaalde observaties of metingen plaatsvinden. Dit vormt een nuttige eerste stap in interventieonderzoek en sluit bovendien goed aan bij de geïndividualiseerde en vaak tijdsintensieve zorg die nodig is voor personen met een verstandelijke beperking (VB) en ASS. Binnen dit onderzoek zijn negen single-case-experimenten uitgevoerd over een periode van ruim twee jaar. Alle deelnemers hebben een diagnose ASS en een VB.

De communicatieproblemen bij mensen met ASS en een VB zijn veelal terug te leiden naar problemen in waarneming en betekenisverlening. Wanneer de communicatie richting de persoon niet aangepast is aan deze problemen, begrijpt diegene vaak niet (voldoende) wat er van hem of haar verwacht wordt en heeft dit grote consequenties voor de mate van zelfstandigheid. Daarnaast kan een slechte afstemming zorgen voor onduidelijkheid en daarmee stress of een negatieve stemming, wat uiteindelijk kan resulteren in probleemgedrag.

In het evaluatieonderzoek zijn verschillende stappen uitgevoerd om te komen tot individueel aangepaste ondersteunende communicatie. Als eerste is de ComVoor-2 afgenomen. Ook is aanvullende informatie verzameld door middel van dossieranalyse, observaties, een teambespreking, een interview rondom adaptief gedrag en vragenlijsten met betrekking tot sensorische prikkelverwerking en probleemgedrag. In overleg met een multidisciplinair team is op basis van alle verzamelde informatie bepaald welke aanpassingen in de omgeving nodig waren (bijvoorbeeld het vermijden van bepaalde prikkels, plaatsing van het meubilair, aanwezige voorwerpen). Daarnaast is een geïndividualiseerd communicatieplan opgesteld, waarin specifieke voorwaarden, doelen, vorm en niveau van betekenisverlening voor ondersteunende communicatie en een stappenplan voor een specifieke activiteit (zoals zelfstandig eten, tafel dekken, wassen) zijn uitgewerkt.

Op het vlak van zelfstandigheid is er voor alle deelnemers een vooruitgang voor de betreffende activiteit.

Voorafgaand aan de interventie zijn tijdens de baseline de stemming en gedragsproblemen van de betreffende cliënt voor een tweetal weken geobserveerd. Op basis van een geïndividualiseerd stemmingsprofiel werd bepaald of de stemming van de cliënt tijdens de activiteit overwegend positief, neutraal of negatief was, of dat er van een blokkering sprake was. De frequentie van probleemgedrag werd bepaald op basis van een geïndividualiseerde observatielijst. Tevens werd de mate van zelfstandigheid bepaald voor de activiteit, namelijk het percentage van de stappen die de cliënt reeds zelfstandig uitvoerde. De ondersteunende communicatie op maat is vervolgens in de betreffende situatie ingevoerd. Vervolgens is minimaal een maand lang door middel van dagelijkse observaties door de groepsbegeleiders onderzocht welke veranderingen op het vlak van zelfstandigheid, stemming en probleemgedrag zichtbaar werden tijdens de activiteit.

Op het vlak van zelfstandigheid is er voor alle deelnemers een vooruitgang voor de betreffende activiteit. Voor zeven deelnemers blijkt deze vooruitgang significant te zijn. Voor één cliënt was er op dit vlak geen verbetering meer mogelijk. Ook de stemming is voor zeven deelnemers verbeterd en is voor zes van hen significant vooruitgegaan. Bij één cliënt was de stemming gedurende baseline en interventie voornamelijk neutraal en is er geen duidelijke verandering zichtbaar. Voor een andere cliënt was de stemming zowel gedurende de baseline als de interventie sterk wisselend, waardoor deze moeilijk te beoordelen valt. Met betrekking tot probleemgedrag zien we dat er bij vier cliënten geen of nauwelijks sprake was van probleemgedrag in deze situatie. Bij vijf cliënten was dit wel het geval en bij vier van hen is dit gedrag significant verminderd. Bij de andere cliënt bleef het probleemgedrag zich wisselend voordoen tijdens de baseline en de interventiefase.

Samenvattend kunnen we stellen dat de invoering van geïndividualiseerde ondersteunende communicatie op basis van de ComVoor-2 leidt tot verbetering op het vlak van zelfstandigheid, stemming en probleemgedrag, al betreft het een relatief kleine onderzoeksgroep. Wanneer er geen duidelijke verandering zichtbaar is, is dit veelal te wijten aan andere factoren.

ComVoor-2 Voorlopers in communicatie

De ComVoor-2 Voorlopers in Communicatie is bedoeld om een nauwkeurige indicatie te geven van passende communicatieve interventies. De twee kernvragen zijn: welke middelen zijn geschikt om communicatie te ondersteunen en op welk niveau van betekenisverlening kunnen de gekozen middelen worden ingezet.

Meer informatie