'Onze snelle maatschappij kan wel wat autistisch talent gebruiken'

Veel mensen met autisme zitten werkloos thuis. Uitdagend, passend werk lijkt voor hen onbereikbaar, vrijwilligerswerk of dagbesteding het maximaal haalbare. Wij interviewden Maarten van Klaveren over zijn boek Succesvol aan het werk met autisme. In dit boek laat Maarten van Klaveren zien dat deze situatie niet alleen onwenselijk, maar ook onnodig is. Met de juiste hulp en aanpassingen is het voor mensen met autisme goed mogelijk om passend werk te vinden dan wel te behouden.

Je hebt veel ervaring met het begeleiden van mensen met autisme op het gebied van werk. Waarom wilde je dit boek schrijven? 

De belangrijkste reden is dat ik in de praktijk zie dat het voor mensen met autisme vaak moeilijk is om betaald werk te vinden en dat veel coaches en  werkgevers mensen met autisme lastig te begeleiden vinden. Hun beperking wordt het ene moment onderschat, waardoor er te veel gevraagd wordt. De andere keer wordt hun beperking te groot gemaakt, waardoor ze vastlopen in simpel werk of niet aan een baan komen. Volgens het Nederlands Autisme Register heeft slechts 48% van de volwassenen met autisme betaald werk en zit dus meer dan de helft thuis. Dat is heel veel verspild talent.

Zelf ervaar ik de meeste mensen met autisme als prettig in de omgang, omdat ze vaak heel transparant zijn in wat ze nodig hebben en omdat ze prachtige talenten hebben. Maar je moet dan wel begrijpen hoe hun hoofd werkt en hoe je voorkomt dat ze in de stress schieten. Wanneer je die stress weet te beperken, dan zie je mensen tot bloei komen en hun talent ontplooien. In mijn boek probeer ik al die aspecten uit te leggen: Wat is de invloed van autisme op het denken en voelen? Welke sterke kanten zie je vaak bij iemand met autisme? Wat helpt bij het zoeken naar werk en welke aanpassingen hebben ze nodig om de werkvloer?

Ik hoop dat het boek zo eraan bijdraagt dat meer mensen met autisme een baan vinden, die past bij hun talenten. Onze snelle maatschappij kan wel wat autistisch talent gebruiken.

Er is steeds meer aandacht voor volwassen met een autismespectrumstoornis. Is werk hierbij tot nu toe een onderbelicht onderwerp? 

In mijn ogen is dat zeker een onderbelicht onderwerp. Ik heb zelf klinische psychologie gestudeerd, en daar werd autisme gerekend tot de ontwikkelingsstoornissen. We kregen er maar weinig les over, dat was het werkterrein van de ontwikkelingspsychologen en pedagogen. Dat zie je ook in de onderwerpen waar de meeste boeken en wetenschappelijke artikelen over gaan: opvoeding en onderwijs. Later ging ik een jaaropleiding tot autismecoach volgen bij Autisme Centraal, en daar waren ik en mijn collega’s de enige die in de re-integratie werkten. De rest zat in zorg of onderwijs.

Kinderen met autisme worden groot en nemen hun diagnose ook mee de arbeidsmarkt op. Wanneer je daar niet attent op bent, zie je al die mensen terechtkomen in de dagbesteding of zonder invulling thuis zitten. Werk is heel belangrijk voor mensen met autisme, omdat werk structuur en sociale contacten biedt, maar ook de mogelijkheid om je talenten te ontwikkelen. Daar ben je meer dan ‘de autist’, je bent iemand die iets doet of maakt. Informele contacten thuis en een schoolopleiding kunnen lastig zijn, maar in werk kunnen ze tot bloei komen. Dat gaat vaak niet vanzelf goed, ze hebben aanpassingen nodig.

Waar lopen mensen met autisme in het arbeidsproces het vaakste tegenaan?

Het eerste probleem waar ze tegenaan lopen is de overgang van school naar een baan of van werk naar werk. Dat zijn ongestructureerde veranderingen, waar ze vaak extra ondersteuning in nodig hebben. Solliciteren is moeilijk, wanneer je weinig voorstellingsvermogen hebt, moeite hebt om zonder structuur in actie te komen en niet goed bent in communiceren.

Daarnaast is het vaak zoeken voordat je een passende baan hebt gevonden. Veel mensen met autisme hebben door problemen met school niet een diploma die past bij hun capaciteiten. Vaak hebben ze wel specialistische kennis van een bepaald onderwerp, maar als autodidacten moeten ze dan zelf hun weg zien te vinden op een arbeidsmarkt die selecteert op diploma’s. Dan komen ze in banen onder hun niveau terecht, die ze niet goed vol kunnen houden.

Maar het komt ook regelmatig voor dat mensen met autisme juist overvraagd worden. Sommige zijn echte uitblinkers, met veel vakkennis en zeer gestructureerd in hun werk, waardoor ze steeds meer verantwoordelijkheid krijgen. Andere mensen, ik noem ze de langzame aanpassers, hebben net iets meer tijd nodig om zich nieuw werk eigen te maken. Vaak willen ze voldoen aan de eisen van een werkgever, en durven ze niet goed aan te geven wat ze nodig hebben om overprikkeling te voorkomen.

Kun je een voorbeeld noemen van een client die ergens terecht is gekomen waar hij/zij zelf nooit van verwacht had om terecht te komen? Hoe ging dat?

Ik denk bijvoorbeeld aan Pim, die ook in het boek voorkomt. Pim had ooit Milieukunde gestudeerd, maar niet afgemaakt. Hij vond zelf werk als calculator in de bouw. Door zijn lagere werktempo kon hij het werk alleen afkrijgen door heel veel over te werken. Dat hield hij niet vol en hij kreeg een burn-out. Met heel veel moeite kreeg hij alsnog een Wajong, zodat een nieuwe werkgever gecompenseerd kon worden voor zijn lagere werktempo. Hij wilde zich laten omscholen en in overleg met zijn jobcoach koos hij voor boekhouden. Terwijl hij bezig was met een werkervaringsplek als boekhouder, kwam er een vacature voorbij in zijn oude studierichting: een productiebedrijf zocht iemand die hun gevaarlijke stoffenregister kon opzetten. Het eerste jaar ging goed, maar gaandeweg kreeg hij steeds meer verschillende taken en verloor hij de structuur in zijn werk. Hij had te veel begeleiding nodig en een vast contract zat er niet meer in.

Door allerlei oorzaken thuis, zoals het overlijden van een naaste en een verhuizing, zat Pim inmiddels minder goed in zijn vel. We probeerden daarom een functie als magazijnmede­wer­ker, waar hij zijn handen kon gebruiken en hopelijk minder afgeleid zou worden door gepieker. Dat werkte helaas niet. Toen wist ik een vacature bij een grote overheidsorganisatie, waar ze landbouwsubsidies controleren. Eerst moest hij beoordelingen doen, maar doordat hij slecht in zijn vel zat kon hij moeilijk keuzes maken. Ze zagen wel dat hij visueel sterk was. Op een andere afdeling tekenden ze kaarten met landbouwgrond in. We wisten niet dat deze functie bestond, maar inmiddels heeft hij er zijn begeerde vaste contract.

Niet iedereen met autisme loopt gelukkig tegen zoveel problemen aan. Maar ik geef dit als voorbeeld dat het soms zoeken en proberen is, voordat je een goed beeld hebt van wat iemand wel en niet kan en een werkgever heb gevonden die dat kan bieden. 

En van iemand waar het onverwachts toch niet goed gelukt is? Waar lag dat aan?

Mike, een sociaalvaardige man met autisme, had in het verleden een lerarenopleiding geprobeerd, maar het staan voor de klas gaf hem te veel prikkels. Ook had hij bijbaantjes gehad in een modewinkel. Dat ging destijds prima. In eerste instantie vond ik werk voor hem als controleur grondzaken bij een telecombedrijf. Hij moest de grond opmeten en het onderhoud inventariseren rond schakelkasten in de provincie. Dat ging goed, maar gaandeweg moest hij steeds verder rijden. Dat kostte hem vooral op de snelweg te veel energie, hij hield het niet vol. Toen besloten we terug te gaan naar het werk wat hem in het verleden goed lag, in de winkel. Eerst kon hij terecht bij een handel in sierbestrating. Daar was het voor hem echter te rustig, hij moest te veel wachten op klanten. Dan sloeg zijn hoofd op hol. Gelukkig kon hij terecht in een klein tabakswinkeltjes met een grote stroom klanten en veel werk in de winkel. Het werk was voor hem wel druk, maar dat kon hij goed volhouden als hij halve dagen werkte. Maar dat was voor de baas onbespreekbaar, hij roosterde alleen mensen in voor hele dagen. Mike trok dat niet. Toen het daarop stukliep, was dat voor Mike zo’n teleurstelling, dat hij het niet meer kon opbrengen om weer iets nieuws te proberen. Mensen met autisme zijn vaak gevoelige mensen en dat vraagt flexibiliteit van een werkgever. Niet elke werkgever kan of wil dat bieden.

'Volgens het Nederlands Autisme Register heeft slechts 48% van de volwassenen met autisme betaald werk. Dat is heel veel verspild talent'

Is er iets wat jezelf heeft verrast toen je het boek aan het schrijven was? 

Het spannende vooraf vond ik dat ik mijn eigen manier van werken nu expliciet ging maken. Ik ben altijd veel bezig met over- en onderprikkeling voorkomen en basisrust thuis en op het werk creëren. Ik zie dat mensen die passend werk doen in een prettige werksfeer, vaak weinig last van autistisch gedrag hebben. Maar ze schieten wel snel in de stress. Dus was ik voortdurend bezig met werkdruk verlagen, dingen verduidelijken om iemand gerust te stellen of juist uitdagende taken erbij zoeken om onderprikkeling te voorkomen. Dat deed ik vooral intuïtief. Ik benoemde het in mijn boek als een overactief alarmsysteem.

Ik begeleid ook iemand met autisme, die zelf als behandelaar werkt. In mijn boek heet ze Rosanne. Zij leest veel over haar werk en ze is heel vernieuwend bezig. Met haar wissel ik veel ideeën uit. Zij wees me op de polyvagaal theorie van Stephen Porges. Die theorie verklaart autisme niet vanuit een andere manier van denken, maar als een zenuwstelsel dat te snel in de stressstand schiet van vluchten, vechten of bevriezen. Het is net zoals wanneer ik zelf te veel stress hebt: dan word ik kortaf, dwingend, en niet altijd even rationeel. Eindelijk heb ik nu ook een wetenschappelijk verklaringsmodel voor waar ik mee bezig ben. Ik heb de theorie nog snel in mijn boek verwerkt, om er meer bekendheid aan te geven.

Als mensen een ding uit dit boek zouden moeten onthouden, wat zou dat dan zijn? 

Kort gezegd: autisme is niet alleen een beperking, maar ook een talent, als je het werk maar aanpast op wat iemand nodig heeft. In sommige opzichten zijn het bovengemiddelde werknemers, die helaas vaak aanlopen tegen gebrek aan flexibiliteit in hun werkomgeving en tegen de onduidelijke manier waarop wij communiceren.

Maarten van Klaveren

Maarten van Klaveren heeft bedrijfseconomie en klinische psychologie gestudeerd. Na gewerkt te hebben in de hulpverlening en als organisatieadviseur, bracht hij een jaar in een klooster door. Sinds 2006 werkt hij als jobcoach en Register Loopbaanprofessional, gespecialiseerd in mensen met ASS.