Postpartum depressie

Geertje Cats

Ik wilde heel graag jong moeder worden. Dat is gelukt. Ik heb twee dochters, één van acht en één van tien. Bij beide zwangerschappen waren de omstandigheden prima: gezond, beide kinderen zeer gewenst, geen
complicaties tijdens de zwangerschappen, relatie met mijn man uitstekend, geen financiële problemen, fijne familie om ons heen. En toch was ik totaal niet blij. Ik voelde geen liefde voor mijn pasgeboren kind, kon er niet voor zorgen. Je denkt dat je geen goede moeder bent, je bent die leuke vrouw voor je man niet meer, niet meer de vriendin en dochter die je graag wil zijn. Je valt jezelf vreselijk tegen en geeft jezelf van alles en
nog wat de schuld.

Onze eerste dochter was een huilbaby. Aanvankelijk schoven we mijn toestand daarop af. Ik sliep de eerste weken na de bevalling praktisch niet, had een heel kort lontje, schold op alles en iedereen. Bij de eerste duurde het een maand of acht voordat de term postpartum depressie viel, in de volksmond wel postnatale depressie genoemd. Uit onderzoek is bekend dat zo’n depressie na een volgende bevalling altijd forser is. Ik wist dat niet en mijn huisarts en verloskundige hebben me daar evenmin op gewezen. Voor mijn gevoel was ik goed hersteld voordat ik opnieuw zwanger werd, maar na de bevalling ging het zo snel bergafwaarts met me, dat ik in de vijfde nacht zelfs een bijna doodervaring kreeg. Ik voelde me zo een zwart gat in glijden, niemand die me kon vastpakken. De huisarts stelde na zeven weken een postpartum depressie vast. Daar was ik eerlijk gezegd blij mee. Ik was namelijk niet gek, ik had iets!

De huisarts verwees me vervolgens naar een psycholoog. Het allereerste gesprek was fijn, ik kon heel open mijn verhaal kwijt. Maar al gauw gingen de sessies over mijn persoonlijkheidseigenschappen, en dat ging een kant op waarbij ik me niet prettig voelde. Nooit in mijn leven heb ik depressieve episodes gekend, mijn problemen waren zo specifiek gerelateerd aan de bevallingen. Dat traject bij de psycholoog heb ik afgesloten toen de jongste vier maanden was. Ik heb uiteindelijk de hormonale aanpak geprobeerd toen ze acht, negen maanden was.

Je denkt dat je geen goede moeder bent

De basis van een postpartum depressie is dat je hormonen uit balans zijn geraakt en na de bevalling niet meer herstellen naar de juiste natuurlijke verhouding. Je progesterongehalte is te laag waardoor je depressieve klachten kunt krijgen. De DSM rekent deze vorm van depressie onder de algemene depressieve stoornissen. Daar heb ik moeite mee, want een postpartum depressie is zo specifiek gerelateerd aan de bevalling. Bovendien: een postpartum depressie is geen psychische aandoening, maar een lichamelijk probleem met psychologische gevolgen. Wordt die hormonale disbalans niet met tabletjes aangepakt, dan kunnen vrouwen tot aan hun overgang cyclische klachten blijven houden. Mijn huisarts was aanvankelijk afhoudend met het voorschrijven van hormonen, mijn herstel heeft daardoor langer geduurd. Pas na drie jaar was ik weer de oude. Maar de positieve effecten van de pillen voelde ik al snel.

Als verpleegkundige heb ik zelf inmiddels een eigen praktijk waarin ik vrouwen met een postpartum depressie bij sta. In Nederland raakt tien tot vijftien procent van de vrouwen na de bevalling depressief, de oorzaak daarvan is vrijwel altijd hormonaal. Vrouwen die reeds een postpartum depressie hebben gehad, kunnen bijvoorbeeld preventief worden behandeld met hormonen wat de kans op een nieuwe depressie na een volgende bevalling tot zeven procent terugbrengt. Samen met mijn man en drie andere stellen heb ik meegedaan aan een televisiedocumentaire over wat zo’n depressie voor impact heeft op een gezin. Mijn kinderen weten nu ook dat mama ziek is geweest na de geboorte, zij weten ook dat het niet door hen kwam. Ik doe ook mee aan de overheidscampagne ‘Hey! Het is oké. Maak depressie bespreekbaar’ om meer bewustwording te creëren van de postpartum depressie. Na de bevalling is het voor een groot aantal vrouwen echt niet alleen maar die roze wolk. Voorlichting door verloskundigen en artsen over een mogelijk verstoorde hormoonhuishouding en dat daar dus iets aan is te doen, eventueel preventief, kan veel onnodig leed voorkomen.

Meer interessante portretten lezen?