Promotie-onderzoek: depressie bij jongeren

Jongeren zoeken vaak te laat hulp bij depressieve klachten, onder meer omdat zij de gevoelens die zij ervaren niet herkennen als depressie. Ook de omgeving (zoals ouders, leraren, vrienden) is vaak niet bedacht op de mogelijkheid van een depressie. Daarbij denken depressieve jongeren vaak dat professionele hulp geen zin heeft, terwijl de hopeloosheid die zij ervaren juist onderdeel van een depressie is. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Yvonne Stikkelbroek naar (de behandeling van) depressies bij jongeren tussen 12 en 18 jaar.

Voor het onderzoek werden meer dan honderd jongeren gevolgd, van wie het merendeel onder behandeling was bij een GGZ-instelling. Jongeren blijken erg veerkrachtig bij ingrijpende gebeurtenissen. Zo leidt het overlijden van een van de ouders tijdens de jeugd niet tot een groter aantal psychiatrische diagnoses tijdens de volwassenheid. Wel blijkt dit van grote invloed te zijn op het ontwikkelen van angstige en depressieve gevoelens bij jongeren die al vóór het overlijden deze gevoelens hadden.

Een van de belangrijke conclusies van het onderzoek is dat de omgeving van jongeren goed moet letten op signalen die mogelijk duiden op een depressie, zoals toenemende vermoeidheid, concentratieproblemen, hopeloosheid, of somberte. Het op tijd zoeken van professionele hulp kan immers voorkomen dat jongeren pas in behandeling komen bij zeer ernstige depressies.

Yvonne Stikkelbroek is auteur van de CDI-2 Screeningsvragenlijst voor depressie bij kinderen en jongeren, die zij in haar onderzoek gebruikte om depressieve symptomen bij jongeren in kaart te brengen.

Referentie

Stikkelbroek, Y.A.J. (2016). Turning depression inside out: Life events, cognitive emotion regulation and treatment in adolescents. PhD, Utrecht University.