Casus: ervaart Petra intense gevoelens van boosheid?

In de klinische praktijk is er vaak wel oog voor agressie, maar veel minder voor boosheid. Aandacht voor boosheid is echter belangrijk, aangezien boosheid juist een belangrijke voorloper is van agressie. Enkel agressief gedrag vaststellen is dus niet voldoende. Boosheid kan een belangrijke factor zijn voor het ontstaan van agressie, maar boosheid en agressie kunnen niet zonder meer aan elkaar gelijkgesteld worden. Niet minder belangrijk is het feit dat boosheid de voortgang in een behandeling nadelig kan beïnvloeden. Regelmatig komt boosheid pas ter sprake wanneer de behandeling stokt. Het is daarom raadzaam om al aan het begin van de behandeling meer aandacht te geven aan boosheid, zelfs bij die psychiatrischpsychologische classificaties waarbij boosheid geen primair symptoom van de stoornis is. In de casus van Petra wordt toegelicht hoe de STAXI-2 gebruikt en geïnterpreteerd kan worden met betrekking tot het in kaart brengen van boosheid.

Petra is een 44-jarige receptioniste, die in ons ziekenhuis werd opgenomen met een depressief toestandsbeeld en suïcidaliteit. De aanleiding lijkt een conflict op haar werk, waar zij naar haar zeggen gedurende twaalf jaar goed gefunctioneerd heeft. Ongeveer twee jaar geleden kreeg Petra somatische problemen, een longaandoening waarvoor zij in het ziekenhuis moest worden opgenomen en die een lang herstel vergde. In die periode kreeg het bedrijf een nieuwe directie en had Petra voor het eerst een functioneringsgesprek waarbij er kritische kanttekeningen werden geplaatst bij haar functioneren. Petra voelde zich niet gerespecteerd en zelfs onheus bejegend. Voorheen was er nooit enige kritiek op haar functioneren en werd zij zelfs geprezen om haar hulpvaardigheid. Naar haar zeggen volgden er vervolgens te pas en te onpas beoordelingsgesprekken. Daarop meldde zij zich ziek. Bemiddeling door de bedrijfsarts werd door haar werkgever afgewezen. Verwijzing naar onze polikliniek, waar de diagnose matige depressieve stoornis werd gesteld, volgde. Hier werd zij met een antidepressivum onsuccesvol behandeld.

De klachten en de suïcidaliteit namen toe, waarna zij in onze kliniek werd opgenomen. Het anti-depressivum werd gewijzigd in een klassiek tricyclisch antidepressivum.

Uit haar voorgeschiedenis is het van belang te vermelden dat zij uit een gereformeerd gezin komt met zes kinderen waarvan zij de jongste is. Zij heeft altijd het gevoel gehad dat ze er niet bij hoorde. Desondanks
heeft ze gedurende vier jaar haar ernstig zieke moeder verpleegd tot aan het overlijden. Daarna trouwde ze met een assertieve man. Zij kregen een zoon die inmiddels twintig jaar is en zijn eigen leven leidt.
Bij ons onderzoek zagen wij een duidelijk geremde vrouw. We veronderstelden dat zij tevens sterk geremde boosheidgevoelens had, die zouden passen bij naar binnen gerichte boosheid en conflictvermijdend
gedrag, en namen daarom de STAXI-2 af. Haar scores worden hieronder grafisch weergegeven in het ingevulde profielformulier.

 

In vergelijking met vrouwelijke ambulante psychiatrische patiënten scoort Petra hoog. Ten opzichte van ambulante vrouwelijke psychiatrische patiënten zien wij een vrouw met intense gevoelens van boosheid. Ze lijkt deze gevoelens chronisch te ervaren en lijkt zeer gevoelig voor kritiek en negatieve evaluaties. Juist bij kritiek zal zij haar gevoelens van boosheid op een heftige wijze ervaren. Tegelijkertijd uit zij deze gevoelens niet. Ze heeft sterk de neiging deze gevoelens te onderdrukken en onder controle te houden en wel zo, dat zij zelf zich nauwelijks meer bewust lijkt te zijn van de boosheid. Ze zal zichzelf daardoor niet assertief opstellen. De lage score op de BE-index duidt er ook op dat zij zichzelf chronisch te kort doet. Dit is een profiel dat vrijwel naadloos past bij de klinische bevinding. In de behandeling zal er dan ook veel aandacht moeten zijn voor het op een adequate manier uiten van boosheid.

Referentie

Hovens, H., Lievaart, M. & Rodenburg, J. (2014). STAXI-2: Vragenlijst over boosheid [Handleiding]. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.