Intelligentie: Uit het SON-archief

Bij non-verbale intelligentietests is het gebruik van gesproken of geschreven taal bij de afname niet nodig. Dit soort tests zijn met name geschikt voor het vaststellen van de intelligentie bij personen die beperkt zijn in hun verbale communicatie zoals doven en slechthorenden en personen met taal- en spraakstoornissen.

  • Cross-cultureel onderzoek met de SON
  • Een eerlijke beoordeling van culturele minderheidsgroepen
  • De waan van 'het' IQ

Cross-cultureel onderzoek met de SON

In 1943 is op Nederlandse bodem de allereerste versie van de inmiddels internationaal bekende Snijders-Oomen niet-verbale intelligentietest (SON) ontwikkeld. Waar het instrument oorspronkelijk in het leven is geroepen om een beeld te kunnen vormen van de niet-verbale intelligentie van dove kinderen, behoren de verschillende versies van de SON-R ook tot de standaard uitrusting van professionals die een indicatie willen van de niet-verbale intelligentie van anderstalige kinderen en volwassenen. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de rol die cultuur hierbij speelt is hier onderzoek naar gedaan. 

Een eerlijke beoordeling van culturele minderheidsgroepen

Traditionele tests voor algemene intelligentie zoals de Stanford-Binet en de Wechsler intelligentietests zijn in het verleden bekritiseerd omdat deze tests aangeleerde informatie meten in plaats van iemands leerpotentieel. Door alleen resultaat van aangeleerde informatie te meten, zouden algemene intelligentietests het leervermogen onderschatten van personen die minder kansen hebben gehad om de kennis en vaardigheden te verwerven om goed te presteren in een testsituatie.

De waan van 'het' IQ

Dit artikel verscheen in 2004 intern bij de Rijksuniversiteit Groningen. In selectie-situaties binnen het onderwijs waarbij met vaste grenzen voor IQ-scores wordt gewerkt, wordt aan de IQ-score veelal een te absolute betekenis toegekend. Er wordt geen rekening gehouden met verschillen tussen tests, of met de omstandigheden waaronder een test is afgenomen. Ten onrechte worden de IQ-scores geacht onderling inwisselbaar te zijn. Ofschoon in theorie erkend wordt dat de uitkomst kan zijn beïnvloed door meetfouten, wordt het effect daarvan zo laag ingeschat dat daarmee in de selectieprocedure geen rekening wordt gehouden. In dit opzicht wordt het IQ-getal veel te absoluut geïnterpreteerd. Hetzelfde geldt voor classificatie van IQ-scores waarbij aan vastgelegde intervallen van IQ-scores een specifiek voorgeschreven betekenis wordt toegekend.