'Juist bij persoonlijkheidspathologie wil je er zo vroeg mogelijk bij zijn'

Onder veel professionals – waaronder clinici en behandelaren – bestaat terughoudendheid omtrent het diagnosticeren van persoonlijkheidspathologie bij kinderen en jongeren, vanwege mogelijke instabiliteit van de symptomen. Deze terughoudendheid is diepgeworteld en vormt sinds jaar en dag onderwerp voor discussie. Wij spraken universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie Odilia Laceulle over dit onderwerp, het dimensioneel kijken naar persoonlijkheidspathologie, en de invloed van omgevingsfactoren en stress op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van jongeren.

Wat leert wetenschappelijk onderzoek ons over persoonlijkheidsproblematiek bij kinderen en jongeren?

De thema’s persoonlijkheidspathologie en persoonlijkheidsdiagnostiek bij kinderen en jongeren zijn al decennia onderwerp van debat. Ik zou graag zeggen dat we er zo onderhand wel uit zijn hoe het zit, maar dat lijkt toch nog niet helemaal het geval. Er is ondertussen aardig wat wetenschappelijke onderbouwing die laat zien dat persoonlijkheidsstoornissen, zoals Borderline-persoonlijkheidsstoornis, bij jongeren vanaf een jaar of 14 behoorlijk betrouwbaar te diagnosticeren zijn en het stigma van zo’n diagnose over het algemeen wel meevalt. Toch is er in de praktijk nog steeds veel terughoudendheid.

Welke gevolgen heeft deze terughoudendheid?

Enerzijds is die terughoudendheid jammer omdat jongeren hierdoor misschien te lang de juiste behandeling mislopen. Juist bij persoonlijkheidspathologie wil je er zo vroeg mogelijk bij zijn, nog voordat een jongere volledig vastloopt in het leven als gevolg van zijn/haar klachten. Passende behandelingen zijn wel degelijk beschikbaar in Nederland, zoals de op Cognitieve Analytische Therapie (CAT) gebaseerde behandelmethode HYPE (Helping Young People Early). Anderzijds moeten we ons ook niet blindstaren op de diagnose, zolang de symptomen of kenmerken zelf maar herkend worden. Voor HYPE komen jongeren bijvoorbeeld in aanmerking wanneer zij drie of meer kenmerken hebben van Borderline-persoonlijkheidsstoornis volgens de DSM-5.

Dat raakt aan een recent uitgebracht artikel waar je bij betrokken bent, over de verschuiving van traditionele hokjes naar dimensioneel denken. Wat houdt deze verschuiving in?

Het kijken naar kenmerken van persoonlijkheidspathologie in plaats van alleen naar de categoriale DSM-5 diagnose is denk ik een goede ontwikkeling. Het verlegt de focus van wel/geen stoornis naar een soort spectrum dat geleidelijk oploopt van geen kenmerken tot veel kenmerken. In de DSM-5 is een Alternatief Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) opgenomen. Dit model definieert persoonlijkheidsstoornissen vanuit enerzijds beperkingen in zelf- en interpersoonlijk functioneren (‘ernst’) en anderzijds kenmerkende (pathologische) persoonlijkheidstrekken. Dit betekent dat persoonlijkheidspathologie wordt begrepen in termen van dimensies van verstoord functioneren bij mensen die kunnen worden getypeerd met bepaalde persoonlijkheidstrekken. Een dimensionele benadering zoals het AMPD past bij uitstek bij een ontwikkelingspsychologische benadering waarbij je vroegtijdig problemen in het functioneren wil herkennen en niet afhankelijk wil zijn van een volledige diagnose om tot behandeling over te kunnen gaan. Dit laatste is ook direct de kern van het artikel van Nagila Koster, promovenda bij Reinier van Arkel, waar ik bij betrokken ben (zie Koster, Heijden, Laceulle & Aken, 2020).

Verder doe je onderzoek naar de invloed van omgevingsfactoren en stress op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van jongeren. Wat kun je daarover vertellen?

Omgevingskenmerken, stress en ook trauma hebben in al mijn onderzoeken een belangrijke rol. We weten dat veel volwassenen met persoonlijkheidspathologie ervaringen hebben met jeugdtrauma. Die relatie brengen we op dit moment in kaart bij jongeren. Maar misschien nog wel interessanter is de vraag hoe stressvolle gebeurtenissen gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van jongeren over tijd. Uit longitudinaal onderzoek – waaronder het onze – komt naar voren dat persoonlijkheid en persoonlijkheidspathologie van jongeren mede gevormd worden door omgevingsfactoren zoals stress, trauma en sociale relaties. Dat is natuurlijk geen één-op-één relatie, lang niet alle jongeren met traumatische jeugdgebeurtenissen ontwikkelen persoonlijkheidspathologie. Ditzelfde geldt voor andere samenhangende factoren, zoals bepaalde temperamentstrekken, of een ouder met (persoonlijkheids-)pathologie. We weten al het een en ander over meer generieke risicofactoren, maar het identificeren van risico- en ook protectieve factoren specifiek in het ontstaan van persoonlijkheidspathologie, is voorlopig nog werk in uitvoering.

Verder laat onderzoek zien dat jongeren niet alleen beïnvloed worden door wat ze meemaken, maar dat zij deels hun eigen omgeving creëren op basis van wie ze zijn. Daarmee lopen ze soms extra risico op het meemaken van stressvolle gebeurtenissen in de toekomst. Het besef dat er een wisselwerking is tussen wat je meemaakt en wie je bent – of wordt – is belangrijk als we willen begrijpen hoe (kwetsbare) jongeren zich ontwikkelen en hen de hulp willen bieden die ze nodig hebben.
 

Dr. Odilia Laceulle

Dr. Odilia Laceulle is universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht. Ze is werkzaam als senior onderzoeker bij meerdere GGZ-instellingen, waar zij in samenwerking onderzoeksprojecten heeft opgezet om jongeren over langere tijd te kunnen volgen. Deze projecten richten zich op Borderline-persoonlijkheidsstoornis en persoonlijkheidspathologie zoals beschreven in het AMPD, en hebben als doel om uiteindelijk de zorg voor jongeren een beetje beter te maken.

Odilia en haar collega’s zijn daarnaast bezig met het creëren van een vragenlijst die ontwikkelingsmijlpalen in kaart brengt. Benieuwd? U bent van harte welkom om haar hierover te mailen.

De DAPP-SF-A geeft een uitgebreide en klinisch relevante beschrijving van dimensies van persoonlijkheidspathologie bij jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 22 jaar. Overweegt u om de DAPP-SF-A aan te schaffen? Dan kunnen we u eenmalig een digitale proefafname ter inzage aanbieden. Stuur hiervoor een mail naar advies(at)hogrefe.nl en ontvang een link om de vragenlijst online in te vullen.